“Juist de kleine momenten maken me trots op dit werk.”
Rebecca, pedagogisch medewerker Flex bij Ambiq.
Rebecca van Rijn (35) werkt iets meer dan een jaar als pedagogisch medewerker Flex bij Ambiq. Ze is trots op het verschil dat ze dagelijks mag maken voor kinderen en jongeren met een complexe hulpvraag. Wat haar het meest raakt? De kleine momenten waarop een kind opeens durft te vragen om hulp, een stap vooruit zet of simpelweg gezien wordt. In dit open gesprek vertelt Rebecca over haar overstap naar het werken met kinderen, de impact van kwetsbare situaties én waarom dit werk haar elke dag opnieuw motiveert.
Wat drijft jou om elke dag dit werk te doen?
“Voor mij zit het ’m in het kleine verschil dat je dagelijks kunt maken. In gezien worden én iemand anders zien. Het hoeft niet groot of spectaculair te zijn; juist de kleine dingen kunnen al zo’n impact hebben. Dat vind ik mooi aan dit werk.”
Wat maakt werken in zorg en welzijn voor jou bijzonder?
“Ik ben absoluut trots dat ik in de zorg mag werken. Het meest bijzondere vind ik dat je onderdeel mag zijn van iemands leven. Je ziet mensen in hun meest kwetsbare momenten, zeker binnen gezinnen. Je staat midden in hun systeem. Bij kinderen is dat niet anders: je mag alles van ze zien, elke dag weer. Dat blijft bijzonder.”
Neem je het werk weleens mee naar huis?
“In het begin van mijn loopbaan wel. Ik zit nu negen jaar in het werkveld en merk dat het met kinderen soms dieper binnenkomt – ze zijn zo klein, zo kwetsbaar. Het raakt me nog steeds, maar ik kan er nu beter mee omgaan. Ik lig er niet meer wakker van, maar het doet wel iets met je.”
Je werkte eerst met volwassenen. Wat maakte dat je de overstap naar kinderen hebt gemaakt?
“Eigenlijk liep dat privé zo. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en toen kwam er een vacature voorbij. Ik dacht: ik probeer het gewoon. Van oorsprong ben ik sociaal cultureel werker en heb ik veel in jongerencentra gestaan, zelfs een beetje straathoekwerk. Ik miste de jongeren: de spanning, de grote monden, het kunnen ‘kneden’. Bij volwassenen zit je vaak in kortere trajecten; bij jongeren kun je echt op de lange termijn iets betekenen.”
Wat vind je het meest bijzonder aan het werken met kinderen?
“Dat je echt onderdeel mag zijn van hun proces. Het moment waarop je ziet dat het ‘klikt’ — dat ze zelfverzekerder worden of om hulp durven vragen. Onze doelgroep, kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking. is complex. Er spelen vaak ook psychische problemen of verslavingen mee. Maar juist met kinderen kun je nog zoveel bereiken. Dat maakt het werk ontzettend waardevol.”
Welke kwaliteiten maken jou goed in dit werk?
“Eén van mijn grootste krachten is aansluiting vinden. Ik kan met vrijwel iedereen praten en makkelijk schakelen tussen verschillende groepen. Ik ga snel de diepte in, zonder dat ik daar veel voor hoef te doen. Mensen delen vaak hun levensverhaal met me. Dat komt denk ik door een bepaalde ontwapening. Dat is iets waar ik trots op ben.”
Waar ben je het meest trots op in jouw professionele ontwikkeling?
“Ik ben geen opgever. Ik geloof niet dat jongeren ‘uitbehandeld’ raken. Ik zoek altijd naar wat wél kan. Ik zie altijd de persoon achter het gedrag en schrik niet snel, hoe heftig een situatie ook is. Ik ben niet afgestompt, maar kan mijn emoties wel inzetten. Dat evenwicht heb ik mezelf echt aangeleerd.”
Kun je een moment beschrijven waarop je dacht: ‘Hier doe ik het voor’?
“Tijdens mijn vrijwilligerswerk bij de Kindertelefoon had ik ooit een gesprek met een meisje met heftige trauma’s. We hebben samen gehuild aan de telefoon, maar later ook zó hard gelachen dat we buikpijn hadden. Een week later belde ze terug om mij persoonlijk te bedanken. Dat moment — de emotie, de verbinding — daar kreeg ik kippenvel van. Toen wist ik: dit wil ik de rest van mijn leven blijven doen.”
Kun je thuis over je werk praten?
“Ja, je kunt situaties wel omschrijven zonder details te delen. Ik ben onlangs gescheiden, maar mijn ex-man zit ook in het werkveld, dus thuis kon ik altijd sparren. Mensen buiten de zorg hebben vaak geen idee wat het werk inhoudt; dan moet je zó veel uitleggen. Het is fijn om iemand te hebben die het meteen snapt.”
Heb je momenten waarop je trots bent op jezelf en je team?
“Zeker. Ik heb een keer middenin een heftige escalatie gestaan. Toch kon ik overzicht houden, wist waar iedereen was en schakelde ik snel met collega’s. Daarna dacht ik: dit hebben we goed gedaan. Niet omdat er escalatie wás, maar omdat we het samen zo professioneel oppakten.”
Welke stap wil je nog zetten in jouw ontwikkeling?
“Ik heb geen concrete functie-ambities, maar wil mijn kennis verbreden. De zorg wordt steeds complexer — LVB, psychische problemen, verslaving. Ik wil breed inzetbaar zijn, zodat ik iedereen op een goede manier kan ondersteunen. Ook wil ik me inzetten als ‘bruggenbouwer’: disciplines verbinden in plaats van eilandjes creëren. Samen kom je zoveel verder.”
Wil je nog iets toevoegen?
“Ja: wijs nooit iemand af op zijn gedrag. Het gedrag kan niet oké zijn, maar er zit altijd een persoon achter, en altijd een reden. Kijk daarnaar. Dat is voor mij de kern van zorg verlenen.”
