"Als operatieassistent werk je nooit alleen
Ilse Bremmer, operatieassistent in opleiding bij Isala
Als klein meisje speelde ze al dat ze in het ziekenhuis werkte. Een blauw operatiehoedje op, een dokterskoffer in de hand en de zolder was haar ziekenhuis. Toch liep haar loopbaan anders. Na de PABO stond ze jaren voor de klas. Tot ze besloot haar jeugddroom alsnog waar te maken. Inmiddels volgt ze de opleiding tot operatieassistent en werkt ze bij Isala. “Ik vertelde mijn leerlingen altijd dat ze hun dromen moesten waarmaken, maar ik deed het zelf niet. Dat begon te knagen.”
Wanneer wist je: ik wil iets anders doen?
“Na de PABO heb ik jarenlang voor de klas gestaan. Ik vertelde de kinderen altijd dat je je dromen moet waarmaken, maar ik besefte dat ik dat zelf niet had gedaan. Want als klein meisje wilde ik al op de operatiekamer staan. Ik koos echter, nadat ik in mijn jeugd had ontdekt dat een ziekenhuis best traumatisch kan zijn, voor een andere richting. Na 9 jaar heb ik de knoop toch doorgehakt en besloot ik mijn dromen na te jagen.”
Hoe was de overstap naar de OK voor jou?
“Na het eerste gesprek ging het snel. Ik mocht een dag meelopen om te kijken of ik het écht wat vond, want de wereld van de OK is een wereld op zich: je weet eigenlijk niet precies waar je op solliciteert. Daarnaast was ik best zenuwachtig. Wat moet een juf in de OK? Ik had geen enkele medische kennis, voor mij was het een grote sprong in het diepe. Maar toen ik mee mocht lopen was ik echt verkocht.”
Wat maakt het werk als operatieassistent zo bijzonder?
“Het is een prachtig beroep. Je hebt als operatieassistent veel taken en je hebt elkaar hard nodig op de OK. De chirurg, anesthesiemedewerker, anesthesioloog, de recovery, de holding, operatieassistenten… we kunnen niet zonder elkaar. Alles doe je samen, en je doet het allemaal voor de patiënt. Je kunt het verschil maken in iemands leven. Je moet veel weten en je staat constant aan. Even dagdromen is er niet bij, want het zijn mensenlevens waar je mee te maken hebt.”
Hoe ziet jouw werk er concreet uit?
“Als operatieassistent heb je als het ware drie functies. Als je instrumenteert dan geef je onder andere de instrumenten aan. Als je assisteert dan ben je de rechterhand van de chirurg. Je houdt bijvoorbeeld haken vast en je helpt tijdens de procedure. Als je in omloop staat dan ben je de brug tussen het steriele en het niet-steriele deel van de operatiekamer. Je zorgt er bijvoorbeeld voor dat alle instrumenten en apparatuur beschikbaar en aangesloten zijn, zodat het operatieteam zich volledig kan concentreren op de ingreep.”
Hoe ervaar je de opleiding?
“De opleiding tot operatieassistent duurt 2 jaar en 10 maanden. In deze tijd ga je naar school en werk je op de OK. Het is geen makkelijke opleiding, het is echt een investering. In deze tijd werk je bij elk specialisme zodat je alle ingrepen leert. Toen ik de eerste keer aan tafel mocht staan, was ik best gespannen. Ik vertelde dat tegen de arts, en hij nam uitgebreid de tijd voor me. We deden het echt samen. De begeleiding is goed en je kunt al lerende steeds meer doen. Na de opleiding werk je sowieso nog twee jaar lang bij elk specialisme, voordat je je kunt specialiseren.”
Wat heb je nodig om dit werk goed te kunnen doen?
“Naast het feit dat je veel moet leren, is dit beroep ook technisch. De bediening van de medische apparatuur, het gebruik van steriele instrumenten en het voorbereiden van operaties vraagt om technisch inzicht en precieze handelingen. Verder moet je ook lef en doorzettingsvermogen hebben. Als jij iets signaleert, moet je dat ook aangeven en je durven uit te spreken. Assertiviteit is hierom ook wel handig. Operatieassistenten zijn echt doeners.”
Hoe kijk je naar de toekomst?
“Als ik klaar ben met de opleiding weet ik nog niet waar ik mij in wil specialiseren. Ik vind orthopedie erg leuk, maar inmiddels ben ik ook verkocht aan neurochirurgie. Ik heb nog genoeg tijd om dat uit te zoeken. Na het specialiseren kun je ook nog doorgroeien, er zijn veel mogelijkheden binnen Isala en je krijgt echt de ruimte om te leren.”
